Veel mensen die kennismaken met de Fryske kaas vragen zich af waarom het bleker is dan de meeste kaas en toch zoveel rijker en romiger smaakt. En zo zijn er veel vragen. Als je ‘t Catharinus vraagt, krijg je een antwoord van een uur of wat, dus we hebben het hier voor je samengevat.  

 

  • De beste melk 
    We gebruiken melk van grotendeels grasgevoerde koeien. Dat wil zeggen dat ze overdag niet alleen zoveel mogelijk buiten grazen, maar ’s avonds en in de winter opnieuw gras krijgen (of graskuil). Met ons Melklab willen we bewijzen dat je hierdoor betere melk krijgt. En dus smaakvollere kaas.   

 

  • We gebruiken de volledige, volle melk
    We gebruiken de volle melk en we romen het tijdens het kaasmaken niet af. Daardoor blijft ook onze oudste kaas veel smeuïger dan bij concurrenten. Het brokkelt dus niet, maar blijft goed snijdbaar.  

 

  • Een ‘oude’ eigen receptuur
    We hebben lang, héél lang, aan ons recept gesleuteld. Uiteindelijk zijn we uitgekomen bij een smaak die zelfs werd goedgekeurd door wijlen pake Berend (onze Fryske ambassadeur die in 2021 op 100-jarige leeftijd overleed). Hij omschreef het ooit als ‘Kaas zoals kaas ooit smaakte’. Toen wisten we dat we klaar waren.  

 

  • Geen kleurstoffen en e-nummers
    Onze kaas heeft een kaaskleur. En die is bleker dan wat je gewend bent. Dat komt omdat andere kazen met kleurstof geler worden gemaakt. Bizar he? Dat doen wij dus niet (net zomin als het gebruik van andere e-nummers als conserveringsmiddel). 

 

  • Vegetarisch stremsel
    We gebruiken vegetarisch stremsel. Dus geen enzymen uit de lebmaag van pasgeboren kalfjes, wat traditioneel de manier is, maar microbieel stremsel dat gemaakt is door micro-organismen.  

 

  • Geduld in vier leeftijden
    We geven de kaas rust. We gebruiken geen tovermiddelen om de kaas chemisch te verouderen, maar laten het gewoon (op onze eigen ideale temperatuur) liggen totdat ie op smaak is. Voor de Stokâlde Fryske betekent dit dat we 18 tot 24 maanden geduld moeten hebben.