De Fryske vindt het verschrikkelijk dat er over biodiversiteit vooral wordt gepraat, vergaderd en geconfereerd. Dat het voor grote zuivelcoöperaties ‘hoog op de agenda staat’ (en daar lekker blijft staan). Dat boeren die er serieus iets mee willen, onvoldoende perspectief wordt geboden. Dat stoort ons allemaal mateloos.  

Terwijl een bio-divers land, gewoon de kern van het boerenbestaan is. Of was.  

Het gekke is dat iedereen vóór meer biodiversiteit is, maar dat het ‘efficiënte voedselsysteem’ het tegenhoudt. Terwijl iedereen ook weet wat de oplossing is:  

We moeten gewoon ophouden met het uitmergelen van onze grond.  

En dus moeten we ervoor zorgen dat de boeren zich meer (natuur) kunnen permitteren. 

Onze aanpak is daarom praktisch. We geven onze boeren de kans om er weer een rommeltje van te maken. Letterlijk. Door minstens 20% van hun grond niet te gebruiken. Door het natter te houden, niet te bemesten en laat te maaien geven we dat land de tijd om zich weer te herstellen. Zo creëren we een beschermingszone waarin het bodemleven weer rijker wordt, het grasland vol kruiden staat en de fauna weer terugkeert. Want pas als er weer grutto’s broeden, zijn we tevreden.  

Onze boeren kunnen zich dit permitteren doordat de Fryske ze wél een fatsoenlijke prijs voor hun melk betaalt. Zo simpel kan het, zo simpel moet het.  

De Fryske vraagt zich dan ook af: als wij het kunnen, waarom doet niet iedereen het dan?