Gatenkaas: de Nederlandse koe hangt aan een soja-infuus
Wie soja zegt, denkt al snel aan tofu of vleesvervangers. Maar het grootste deel van alle soja die Europa binnenkomt, belandt helemaal niet op ons bord. Het verdwijnt in de magen van ons vee. Ongeveer 90 procent van de soja-import wordt gebruikt als veevoer.
Vrijdag onthult de Keuringsdienst van Waarde dat soja zowat in ieder supermarktproduct zit. Toch tonen cijfers aan dat 90 procent van de Nederlandse soja-import nog steeds in de magen van ons vee verdwijnt (CBS). De Nederlandse koe hangt aan een soja-infuus, en dat infuus houdt een ziekelijk systeem in stand.
De stikstof-turbo in de polder
Soja op zichzelf is geen slecht gewas. Integendeel. Het is een bijzonder efficiënte plant met een hoge eiwitopbrengst per hectare. Als vlinderbloemige bindt soja stikstof uit de lucht, waardoor er relatief weinig kunstmest nodig is. Voor menselijke voeding is het bovendien een waardevolle bron van eiwitten en vitamines.
Maar in de handen van de intensieve veehouderij verandert deze ‘superfood’ in een stikstof-turbo. Door massaal eiwitrijke soja te importeren, halen we letterlijk het mestprobleem ons land binnen. We proberen de stikstofuitstoot aan de achterkant van de koe te reduceren met dure technische innovaties, terwijl we de bron aan de voorkant onverminderd blijven invoeren. Het is dweilen met de kraan open.
Giftige import via de achterdeur
Bovendien importeren we met soja niet alleen eiwit, maar ook gif. Zo’n 80 procent van de soja die Europa binnenkomt en gebruikt wordt voor veevoer is genetisch gemodificeerd om resistent te zijn tegen de onkruidverdelger glyfosaat (Roundup) (Wageningen University & Research). In Zuid-Amerika wordt dit middel op enorme schaal gespoten, wat de lokale biodiversiteit vernietigt en de gezondheid van omwonenden aantast (De Bijenstichting). De residuen reizen via het voer mee naar onze stallen en belanden uiteindelijk op ons bord. We verbieden deze gemodificeerde teelten in Europa, maar faciliteren de import ervan via de Rotterdamse haven zonder blikken of blozen.
Ontbossing achter een groen label
Met de ontbossing door sojateelt verschuiven we milieuproblemen naar andere delen van de wereld en versterken ze vervolgens opnieuw in ons eigen landbouwsysteem (Wereld Natuur Fonds). Ondertussen schermt de veevoerindustrie graag met ‘duurzame soja-certificaten’. Zoals journalist Thomas Oudman onlangs onthulde in De Correspondent, zorgen schimmige lobby’s ervoor dat soja op papier gunstig blijft lijken wat betreft klimaat, terwijl de ontbossing in de Amazone en de Cerrado simpelweg doorgaat (De Correspondent). Het is een papieren werkelijkheid die de rauwe realiteit maskeert.
Landbouw binnen onze eigen grenzen
Er is dus nogal wat mis met de sojaproductie. Maar wat hebben we dan als Europa nódig? We pretenderen vaak dat onze vruchtbare delta de reden is om landbouw op deze intensieve schaal te bedrijven. Maar als we werkelijk zo’n toplocatie zijn, laten we dan ook het voer hier zelf verbouwen. Ware zelfvoorziening betekent dat we onze productie afstemmen op wat onze eigen bodem kan dragen. Dat maakt de hoeveelheid vee in Europa weer sturend op basis van de beschikbare ruimte en het lokaal geproduceerde voer. Onderzoek van Wageningen University & Research bevestigt dat de Europese veehouderij nu veel te afhankelijk is van eiwitimport, terwijl we die eiwitten ook hier kunnen telen (Wageningen University & Research).
Beloftes zonder resultaat
We hoeven de verandering in ieder geval niet te verwachten van de agro-giganten in Zuid-Amerika of de machtige diervoederlobby; import is immers omzet. Maar kunnen we het dan van de zuivelsector zelf verwachten? In 2018 beloofde de sector om de import van eiwitrijke grondstoffen in 2025 met twee derde te verminderen (Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland). We zijn inmiddels 2026 en er is nagenoeg niets veranderd.
Het kan ook zonder soja
Als kaasmaker zie ik dat het anders kan. Wij betalen onze boeren een premie om géén soja te gebruiken. En dat is eigenlijk bizar, extra betalen voor iets wat de standaard zou moeten zijn. Hun koeien eten voornamelijk wat de natuur en de markt hier bieden: gras en lokale reststromen zoals bierbostel en bietenpulp, aangevuld met wat granen. Onze ambitie is om ook de granen uit te bannen en naar gras en 100% reststromen te gaan. Dat kost opnieuw geld. Zolang soja kunstmatig goedkoop blijft omdat de milieuschade elders niet in de prijs zit, worden circulaire alternatieven uit de eigen regio uit de markt geprijsd. Een eerlijke prijs voor zuivel betekent ook een prijs die de werkelijke kosten van veevoer weerspiegelt.
Kappen met soja
De overheid kan de import van soja beperken door strenger op te treden tegen gemodificeerde grondstoffen of residuen van glyfosaat. Ik geloof echter dat verandering niet bij beleid alleen begint. Ook de markt speelt een rol. Voor inkopers in retail en foodservice betekent dit: stel vragen. Waar komt het veevoer vandaan? Voor consumenten geldt hetzelfde: kies kaas en zuivel waarvan je weet dat ze zonder soja geproduceerd worden. Dat helpt boeren die een andere weg inslaan.
Het wordt tijd dat we de natuur niet verder kapot maken, maar herstellen. In onze eigen buurt, maar óók aan de andere kant van de wereld. Nieuw leven in onze landerijen krijgt alleen een kans als we de moed hebben om het soja-infuus definitief los te trekken.
Catharinus Wierda
Catharinus Wierda is boerenzoon, bodemkundige (WUR) en oprichter van kaasonderneming de Fryske. Hij werkte eerder bij onder meer Wageningen UR, LTO Nederland en ontwikkelingsorganisatie Solidaridad. Met de Fryske werkt hij aan een zuivelketen waarin biodiversiteit, dierenwelzijn en een beter verdienmodel voor boeren centraal staan.
In onze serie ‘Gatenkaas’ leggen we de gaten in de zuivelwereld bloot. Wat gaat er mis. Wat kan anders? En wat proberen wij zelf al te doen?